
Uit de historie
Hoofdstuk IV. Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten Vers 8—11. Vervolg vers 8. In dit vers spreekt Paulus over het niet kennen van God, en tegelijk over het dienen van God. Hoe is deze tegenstrijdigheid op te los ...

UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten Hoofdstuk IV. De vrucht van het Evangelie, dat vrijmaakt van de Wet. Vers 1—7. . . . . . . . . en indien gij een zoon zijt, zoo zijt ge ook een erfg ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III.Het doel der Wet. Vers 19—29. (XI) Vervolg vers 22. Alles wat buiten Christus en Zijn beloften ligt, is zonder eenige uitzondering onder de zonde besloten. Het woordje „alles", hetwelk de Schrift gebruikt, zondert niets uit. Derhalve bes ...

Uit de historie
Hoofdstuk IV.Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten Vers 8—11. Het is een groote dwaasheid, dat de papisten en Turken tezamen strijden over de religie en godsdienstige vragen, en dat beide partijen beweren, de ware religie en den juisten vorm van God ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III.Vervolg vers 21. Met de woorden : „indien er een wet gegeven was, die levend kon maken, dan zou de rechtvaardigheid uit de Wet zijn, wil Paulus er op wijzen, dat een wet alleen maar in staat is om te dooden: niet om levend te maken. Alle ...

UIT DE HISTORIE
Luthers verklaring van Paulus' Brief aan de Galaten Hoofdstuk III. Vervolg vers 20. (VIIl) De naam „middelaar"' heeft dus betrekking op twee partijen, waarvan de eene beleedigt, en de andere beleedigd wordt. Wij ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk III. Het doel der Wet. Vers 19—29. (XII)Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de Wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest, tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. Vers 23. D ...

Uit de historie
Hoofdstuk IV. Vervolg vers 9. Het is derhalve uitgesloten, dat zij, die ten opzichte van hun zaligheid bij de Wet raad willen zoeken, werkelijk rust zullen vinden. In den grond van de zaak stapelen zij wettische voorschriften op wettische voorschriften, w ...

Uit de historie
Hoofdstuk IV. Onbegrijpelijke en droeve terugval der Galaten. Vers 8—11. Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geene goden zijn. Vers 8. Hier rekent Paulus eigenlijk met de Galaten af ; w ...

UIT DE HISTORIE
Hoofdstuk II. Wie is deze „mij'' ? Antwoord: natuurlijk ik, die een verloren zondaar en veroordeeld ben, en dien de Zoon Gods zoo liefgehad heeft, dat Hij zich voor mij overgegeven heeft. Wanneer ik door eigen werken of verdiensten den Zoon Gods had kunnen liefhebben, en tot Hem ha ...